Posts tonen met het label tip van basje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tip van basje. Alle posts tonen

1.4.13

THE MASTER

The Master is zo'n film die je net zo lang blijft achtervolgen tot je 'm nog een keer gaat kijken. Met dank aan de magistrale hoofdrol van Joaquin Phoenix.





















Wát een indruk maakte Magnolia destijds op mij, die doorbraakfilm van Paul Thomas Anderson, en een van de meest gewaardeerde films van de jaren 90. Lange tijd stond Magnolia dan ook hoog in mijn lijstje van favoriete films en spoelde ik in gedachten de slotscène steeds opnieuw terug. Inmiddels is het alweer jaren geleden dat ik de film voor het laatst zag; is mijn smaak geëvolueerd, zoals dat gaat.

Toch ben ik nooit een uitgesproken liefhebber geweest van het werk van "PTA", zoals men de regisseur wel liefkozend noemt. Boogie Nights vond ik solide maar niet erg interessant. Punch Drunk Love vond ik niet geslaagd, Hard Eight heb ik niet eens afgekeken. (Zou ik toch nog eens moeten doen trouwens.) De premisse en cast van There Will Be Blood, in 2007 Andersons eerste film sinds het geflopte Punch Drunk Love, klonken me echter weer uitermate aantrekkelijk in de oren. Op de dag van de Nederlandse première zat ik in het filmtheater, een en al verwachting en hoop. Maar ik vond er, op de eerste scene na, weer niet veel aan.

En toen kwam The Master. Ditmaal verliet ik de filmzaal lyrisch noch teleurgesteld. Het was een goede film, zoveel wist ik, maar ik had ook wel wat aan te merken. Verward vroeg ik een vriend: Waar gaat het eigenlijk over? Hij zei: Over het getraumatiseerde Amerika na de mokerslag van de Tweede Wereldoorlog. Later las ik de recensie van Dana Linssen in de Filmkrant. Ook Linssen schrijft:
Misschien zou je kunnen zeggen dat The Master een portret van de generatie van zijn vader is, gedrild in de Tweede Wereldoorlog, en verweesd weer teruggekeerd in de burgermaatschappij. Er was niemand meer om te zeggen wat ze moesten doen. En Freddie Quell is hun oerbeeld: getraind in overleven, maar niet in leven.

Freddie Quell, dat is de hoofdpersoon uit The Master. Quell is een en al driften: een getraumatiseerde veteraan, een alcoholist, een seksverslaafde. Na WOII ontmoet Quell een man die evenzeer zijn tegenpool als zijn tweeling is: sekteleider Lancaster Dodd. Linssen schrijft over hun relatie:
The Master is cinema teruggebracht tot zijn meest naakte dramatische essentie: een machtsstrijd tussen protagonist en antagonist, tussen de held van een verhaal, en zijn tegenspeler/strever. Of misschien is het beter om te zeggen dat The Master een clash tussen oerkrachten is. Tussen twee personages die vanaf hun eerste ontmoeting tot elkaar worden aangetrokken, nog voordat en zonder dat ze zelf weten waarom. Als in een destructieve liefdesgeschiedenis. Ze zijn bijna Dr. Jekyll en Mr. Hyde, behalve dat ze allebei Mr. Hyde zijn die zo graag Dr. Jekyll wil zijn. En dat ze dat zonder de ander niet kunnen worden.


Joaquin Phoenix als Freddie Quell

The Master is een weerbarstige film, dat staat buiten kijf. Een film ook die niet gelijk alles prijsgeeft. Een film om vaker te zien dus. Ik merk dat The Master door mijn hoofd blijft spoken: die kop van Quell, zo magistraal neergezet door acteur Joaquin Phoenix, de terugkerende beelden van een kolkende zee, de vraag die Anderson oproept over wat er diep in onze psyche verscholen ligt. Ik moet de film gewoon nog eens zien, bedenk ik me. Gerhard Busch blijkt het met me eens. Op Cinema.nl schrijft hij:
The Master (voelt) niet altijd als een geheel, maar als een verzameling briljante scènes,(-). Maar dat zeg ik nu, nadat ik de film nog maar een keer heb gezien. Misschien zie ik pas na de tweede of derde keer hoe mooi alles in elkaar past, en zal ook ik dan mijn hoofd buigen voor The Master.

Minstens zo slim is Floortje Smit. Zij schrijft in de Volkskrant:
Anderson wil oprecht de menselijke conditie onderzoeken en eist dat de kijker met hem meedenkt. Dat is voor hem de essentie, belangrijker dan het publiek te plezieren met vastomlijnde kaders en entertainment. Dat hij daar dit soort budgetten voor krijgt, is een wonder. Dat hij die ambitie durft na te jagen, is een geschenk.

Lees de recensie van Dana Linssen op de site van de Filmkrant

Lees de recensie van Gerhard Busch op Cinema.nl
Lees de recensie van Floortje Smit op de site van de Volkskrant 

Bovenstaand stuk schreef ik voor mijn blog Tip van Basje op de website van Filmtheater De Fabriek in Zaandam. The Master zal daar in april te zien zijn. Meer informatie over De Fabriek vind je hier.

3.3.13

DJANGO UNCHAINED

























In mijn blog voor Filmtheater De Fabriek, mijn Tip van Basje, heb ik het één en ander te zeggen over Quentin Tarantino's Django Unchained. Dat dat één en ander positief is, verraadt de titel van het blog al.

Veel Amerikanen vinden de slavernij nog een te gevoelig onderwerp om in een zwartkomisch Tarantino-jasje te passen. Ze hebben misschien een punt. Gelukkig zijn we hier in Europa al aan de beurt geweest met
Inglourious Basterds en kunnen we nu schuldgevoelvrij van Django Unchained genieten, een film die vooral zo lekker is omdat-ie met zulk overduidelijk plezier gemaakt is. 

Lees de Tip van Basje hier.

2.9.12

SLEEPING BEAUTY (3)

 






 









Sleeping beauty heeft een naam, Lucy heet ze. Lucy vult de uren dat ze niet in de studiebanken zit met werken. Ze serveert in een kroeg, ze is kantoormedewerker, ze leent zich voor medische onderzoeken en soms voor betaalde seks. Een van de veel gehoorde kritieken op de film Sleeping Beauty is dat Lucy's personage ongrijpbaar, zelfs vlak is. Zelf vind ik haar ambiguïteit juist een van de verdiensten van de film en van debuterend regisseur Julia Leigh, die tevens het scenario schreef. Waarom heeft Lucy zoveel baantjes? Is het haar puur om het geld te doen? Is het een vorm van zelfdestructie? Of juist een voorbeeld van emancipatie?

Hardwerkende Lucy heeft ook nog een privéleven. Ze woont met twee onaardige huisgenoten aan wie ze consequent huur schuldig is. En ze heeft een goede vriend, Birdmann, een alcoholistische kluizenaar met wie ze een vreemde relatie onderhoudt. Sleeping Beauty neemt een nieuwe wending als Lucy nóg een baantje aanneemt, bij een mysterieus high class seksbedrijf. In eerste instantie wordt ze aangenomen om halfnaakt te serveren op privéfeestjes van rijkelui. Maar al gauw krijgt Lucy promotie. Ze wordt onder narcose gebracht en brengt al slapende de nacht door met een oudere heer. Alles is toegestaan, alleen penetratie is verboden.

Weer rijst de vraag: Wat zijn Lucy's drijfveren? Inmiddels weten we dat het haar niet om het geld te doen is. Na haar eerste, goedbetaalde klus voor het seksbedrijf steekt Lucy het stapeltje geld dat ze heeft verdiend namelijk lachend in brand. Het is lastig te rijmen met een eerdere scène, waarin Lucy zwartrijdt met de metro. Of het moment dat ze het geldbakje van een openbare telefoon op achtergebleven muntgeld controleert. Lucy's inconsistente gedrag herinnert vaag aan de door Heath Ledger vertolkte The Joker in Batman-film The Dark Knight. Ook The Joker handelde naar de wetten van de onlogica, naar eigen zeggen om chaos  te creëren. Filmjournalist Dan Sallitt noemt Lucy dan ook een "closet anarchist", in een mooi artikel over Sleeping Beauty op het online magazine Notebook.

In een statement over Sleeping Beauty schrijft Julia Leigh zelf dat de film draait om het contrast tussen Lucy's jeugd en de hoge leeftijd van haar klanten én Clara, de dame van middelbare leeftijd die het seksbedrijf runt. Leigh schrijft ook over haar eigen jeugd: 'Toen ik begin twintig was, wilde ik niet per se sterven maar het maakte me ook niet veel uit of ik zou blijven leven. (-) Ik was zorgeloos.' Ik zie dit gegeven direct terug in de film, in Lucy. Die jeugdige branie, die roekeloze overmoed waarover al vele films werden gemaakt wordt in het geval van Sleeping Beauty niet vertaald naar een losbandig leven van feestjes, drank en mannen maar naar een gecontroleerd, passief bestaan. In haar recensie in de Filmkrant schrijft Saskia Koetsier over Lucy: 'Ze laat zich niet exploiteren: ze exploiteert zichzelf.'

Enerzijds is Sleeping Beauty zo onwerkelijk als een sprookje. Niet alleen de titel verwijst naar die verhaaltjes van goed en kwaad, ook andere elementen uit de film knipogen ernaar: de frêle, maagdelijk ogende hoofdpersoon en de oudere heks die haar in het ongeluk stort, de magische thee die Lucy onder verdoving brengt, een spoor van rode besjes. Maar feitelijk is Sleeping Beauty realistischer dan menig Hollywood-film met zijn filmcliche's en standaard benadering van complexe thema's als vrouwenemancipatie, slachtofferschap, jeugd en prostitutie. Want hier is de heks helemaal geen heks, en de prinses is bepaald niet onschuldig. Als Lucy ergens een slachtoffer van is, dan van haar eigen overmoed.
------------------------------------------------------------

Tip van Basje, september 2012
Website Filmtheater De Fabriek

Sleeping Beauty is in semptember in Filmtheater De Fabriek te zien

26.7.12

LOUISE WIMMER

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De tijd van geëngageerde cinema zou voorbij zijn. Think again. Langzaam maar zeker sluipt de economische crisis het witte doek op.

In Take Shelter gaat een jong gezin onzekere tijden tegemoet. De visioenen van naderend onheil die aan de vader verschijnen worden door recensenten wel geïnterpreteerd als de barre tijden die de crisis met zich meebrengt. En zowel Steven Soderberghs Magic Mike als het nog te verschijnen Franse drama Une Vie Meilleure vertellen over de problemen van beginnend ondernemingsschap, soms met verwoestende gevolgen. Waarom Louise Wimmer arm is, in de naar haar vernoemde film, weten we niet. Maar dat de film nu gemaakt wordt, is veelzeggend.

Louise is een vijftiger en ze woont in haar auto. Haar spullen zijn ergens opgeslagen maar zelfs de rekening van de opslagruimte kan ze amper betalen. Ze werkt als schoonmaakster in een hotel, waar ze zich door haar baas laat uitkafferen. Bij haar vaste kroeg krijgt ze thermoskannen koffie, in een buffetrestaurant steelt ze een bord zodat ze gratis kan eten. Niemand weet van haar zorgen, Louise is ergerniswekkend trots. Maar als kijker begrijp je dat die trots het enige is wat ze nog heeft.

Corinne Masiero vertolkt Louise op grandioze wijze, als een vrouw die sterk is maar geen heilig slachtoffer. Een gelukkig toeval wil dat we Masiero, voorheen een obscure bijrolactrice, deze maand in nóg een film kunnen zien, De Rouille et d'Os. En er zijn meer parallellen tussen de twee Franse drama's te vinden. Ook De Rouille et d'Os onthult de levens van arme mensen. Mensen die eten van hun werk stelen. Of uit de vuilnisbak eten. Mensen die bijverdienen met straatgevechten. Maar de verschillen tussen de twee films zijn misschien wel groter. De Rouille et d'Os is een meer gelaagde film waarin verschillende thema's, personages en onderwerpen aan de orde komen. Gek genoeg is dat precies de reden dat ik Louise Wimmer een betere film vind.

Het is de eenvoud van Louise Wimmer die me zo aantrekt: het kleine idee, het recht-toe-recht-aan-script, de doeltreffende regie, de manier waarop Masiero de titelrol invult zonder poespas. Zware thema's als armoede en eenzaamheid verworden gauw tot melodrama maar het is regisseur Cyril Mennegun gelukt om Louise Wimmer licht te houden, zónder het lijden van zijn hoofdpersoon te bagatelliseren. Prachtig is trouwens ook de rode draad in de film, Nina Simone's Sinnerman. Het is het enige liedje dat Louise kan (of wil?) afspelen op haar autoradio. Elke keer als ze haar auto start, zet het bezwerende piano-intro van dat nummer in. En later vervult het nummer de sleutelrol in de meest emotionele scène van de film. Please hide me Lord / Don't you see me praying? / But the Lord said: go to the devil / So I ran to the devil, he was waiting

Een film zo rijk aan dit soort knappe vondsten kan natuurlijk nooit écht eenvoudig zijn.
 
------------------------------------------------------------

Tip van Basje, juli 2012
Website Filmtheater De Fabriek
 
Louise Wimmer en De Rouille et d'Os zijn in augustus in Filmtheater De Fabriek te zien

30.5.12

HEMEL / WUTHERING HEIGHTS




De ene film speelt zich af in het nu, de andere begin 19e eeuw. De ene film betreft een origineel scenario, de andere de verfilming van een klassieke roman. De ene film is Hemel, het speelfilmdebuut van jong Nederlands regietalent Sacha Polak, de andere is Wuthering Heights van Andrea Arnold, een van de nieuwste sterren van de Britse cinema.

Tot zover de verschillen. Interessanter zijn de overeenkomsten. Beide verhalen hebben liefdesrelaties als onderwerp maar gaan eigenlijk over iets heel anders. Arnolds versie van Emily Brontë's veelvuldig verfilmde Wuthering Heights is rauw en radicaal. Het verhaal over de vriendschap tussen een verschoppeling en een eigengereid meisje is van alle romantiek ontdaan en onthult een kern van frustratie, woede, verlangen, rancune, haat. Van zigeuner Heathcliff maakte Arnold een zwarte jongen. Over zijn voorgeschiedenis wordt niets verteld maar we lezen erover in de littekens op zijn rug, daar achtergelaten door zweepslagen. Zijn huidskleur legt een link met slavernij - en met hedendaags racisme. Ook in het blanke gezin waarin hij wordt opgenomen, wordt Heathcliff als een beest behandeld. Alleen Cathy, de opstandige dochter uit het gezin, toont hem wat liefde inhoudt, tot ook zij hem afwijst en met een ander trouwt.

Cathy en Hemel, hoofdpersoon van de gelijknamige film, lijken wel wat op elkaar. Ook Hemel is eigengereid, opstandig. Ook Hemel kiest niet voor de liefde. Ze houdt ervan mannen te verleiden, ze te manipuleren. Maar na de seks stuurt ze ze resoluut naar huis, ze krijgen zelfs geen kus ten afscheid. Als oorzaak van Hemels bindingsangst wordt haar verstikkend nauwe band met haar vader opgevoerd, een aartscharmeur die Hemel in zijn eentje opvoedde. Hij is Hemels eerste en enige liefde en als hij voor het eerst echt verliefd wordt, heeft dat dan ook wezenlijke gevolgen voor Hemels relaties met mannen. Na een lange geschiedenis van betekenisloze seks en een (soms gevaarlijk) spel met de gevoelens van haar minnaars, realiseert Hemel hoe leeg haar leven is. Een verwoestend besef, dat haar op het spoor van echt geluk zal brengen.

In het geval van Wuthering Heights is het moeilijk om het niet óók over vorm te hebben, zo radicaal anders is deze dan andere kostuumdrama's. In het bijna vierkante beeldformaat (het ouderwetse 4:3-formaat dat Arnold in plaats van het gebruikelijke16:9 hanteert) zit de camera overal dicht bovenop: bovenop haar personages maar ook bovenop wat die personages zien, alsof we door hun ogen kijken. Beeldvullend zien we de manen en vacht van een paard, de wonden van Heathcliff, de haren van Cathy, de zon aan de hemel als Heathcliff achterover rolt. Dat impressionistische zit ook in Hemel, waar de zwierig gehanteerde camera ook al bovenop de personages zit. Op sommige momenten werkt die speelse cameravoering erg goed, op andere momenten gaat het tegenstaan. Hemels eenzaamheid had ook prachtig verbeeld kunnen worden door afstand te nemen. En eigenlijk geldt iets soortgelijks voor Wuthering Heights, waar de constant bewegende camera en het krappe formaat soms zo claustrofobisch werken dat je als kijker onbewust afstand neemt.

Dat neemt niet weg dat beide films uitzonderlijk goed zijn. Interessante films ook, met de belofte van nog betere films in zich.

------------------------------------------------------------

Tip van Basje, juni 2012
Website Filmtheater De Fabriek
  
Hemel en Wuthering Heights zijn in juni in Filmtheater De Fabriek te zien

25.2.12

HORS SATAN















 De grenzen tussen arthouse en blockbuster worden steeds vager. "Kleine" films zoals The Descendants scoren ook in de grote bioscopen, terwijl filmtheaters steeds vaker commerciëlere films programmeren, het Amsterdamse The Movies voorop. Het publiek van typische Amerikaanse indiefilmers als Noah Baumbach (Greenberg) en de gebroeders Coen (No Country for Old Men) wordt steeds breder, terwijl er in Frankrijk - arthouse-land bij uitstek - steeds meer mainstream films gemaakt worden, helemaal in de stijl van Hollywood. Momenteel zijn de Fransen bijvoorbeeld in de ban van de gelikte maar onweerstaanbare komedie Intouchables. Daar trok de film al meer dan 19 miljoen bezoekers, vanaf maart kunnen we zien wat de film in Nederland doet.

Is het erg dat er steeds vaker een crossover plaatsvindt tussen kunst en commercie? Nee, zeker niet. Elitaire ijdeltuiterij hoort niet meer bij deze tijd. In 2012 mag je als serieuze filmliefhebber best eerst naar een Franse praatfilm en daarna naar een spektakelfilm als Transformers: high en low culture gaan hand in hand. Toch vind ik dat cinema niet té veel een brij van één pot nat moet worden, en daarom koester ik die films die meer ambigue zijn dan de Amerikaanse dramedy's die momenteel zo populair zijn; films waar je nog dagen over kunt malen of waarvan de beelden zo mooi zijn dat de tranen je spontaan in de ogen springen. Hors Satan is zo'n film.

Bruno Dumont staat sinds zijn debuut La Vie de Jésus uit 1997 bekend als een van de meest compromisloze filmmakers van Europa. In de vijf films die volgden, toonde hij zich een filosoof en een observator van menselijk lijden, met een fascinatie voor religie en een voorkeur voor het Noord-Franse platteland waar hij zelf opgroeide. In zekere zin is Dumonts werk verwant aan dat van de Amerikaanse Terrence Malick, wiens The Tree of Life vorig jaar evenveel bioscoopbezoekers bekoorde als afstootte. Maar waar Malick uiterst spirituele films maakt, daar is Dumont ontluisterend aards, en bij vlagen zelfs cynisch. Het werk van beide filmmakers kenmerkt zich door adembenemende beelden maar waar Malicks camera voortdurend in beweging is en zijn beelden in een warm en geruststellend zonlicht baden, daar zijn Dumonts opnamen rigide en bewegingsloos; de kleuren grauw en waarheidsgetrouw.

Hors Satan speelt zich af tegen de achtergrond van het Noord-Franse platteland waar Dumont zo van houdt. Centraal staat de curieuze vriendschap tussen twee dorpsbewoners. De één is een tienermeisje met kort zwartgeverfd haar en androgyne punkkleding. De ander is een zwerver die zijn kamp heeft opgezet in de duinen. De zwerver werpt zich op als beschermeling van het meisje, maar Dumont zaait verwarring over zijn aard. Heeft de man bovennatuurlijke gaven, zoals een vrouw uit het dorp denkt? Is hij een Jezus-achtig figuur of juist gezonden uit de hel? Of is hij een man zoals iedere andere man, met alle menselijke gevoelens die daarbij komen kijken? Zoals jaloezie, wraakzucht en gewelddadigheid. Over één ding is Dumont in ieder geval helder: als je God érgens kan vinden, dan is dat in de natuur. Ook de zwerver weet dat. Eens in de zoveel tijd knielt hij neer in de duinen en aanbidt de zonsondergang. Dumonts oogstrelende natuuropnamen zijn zo spectaculair dat je direct begrijpt waarom.

Tip van Basje, februari 2012
Website Filmtheater De Fabriek


Hors Satan is in februari in Filmtheater De Fabriek te zien

26.1.12

THE ARTIST




















Iedereen moet
The Artist gaan zien, zo simpel is het. En ik ben niet de enige die deze mening heeft, ook zangeres Wende Snijders was vol lof over de film, vorige week in NRC Handelsblad. Zelf heeft ze 'm al drie keer gezien. Ja, zo'n film is het inderdaad. Terwijl je zit te kijken, denk je al: Deze ga ik nog een keer zien. Trouwens, het feit dat The Artist afgelopen dinsdag voor maar liefst tien Oscars is genomineerd, bewijst andermaal mijn gelijk - en dat van Wende.

Met The Artist bracht de Franse regisseur Michel Hazanavicius een perfecte hommage aan de stomme film. Geen parodie - nee, een ode. Ja, wat was het makkelijk geweest om een persiflage te maken op een genre dat het toch al van de overdrijvingen moet hebben. Om het gebrek aan dialoog te compenseren, werd in de zwijgende cinema alles lekker dik aangezet: zowel de grappen als de tragiek. Ook maakten makers van stomme films nog al eens gebruik van weinig subtiele symboliek. Ook Hazanavicius gebruikt vette grappen, zwaar melodrama en niet te misstaande symbolen. En toch blijft het geheel subtiel; stijlvol. Een film als een klein, luchtig toetje, waarvan je de smaak nog lang blijft proeven op je lippen.

De artiest uit de titel is George Valentin, de charmante superster van de stomme film in het Hollywood van de late jaren twintig. Aan het begin van de film maakt George per toeval kennis met de aspirerende actrice Peppy Miller en vanaf dat moment blijven hun wegen elkaar kruisen. In één veelzeggende scène komen George en Peppy elkaar tegen op een trap. Hij is op weg naar beneden; zij gaat naar boven. Veelzeggend, want ook Peppy's carrière zit in de lift: ze is hard op weg om het stralende icoon van de geluidsfilm te worden. George daarentegen kan zich niet aan deze nieuwste cinematografische ontwikkeling aanpassen en ziet zijn populariteit teruglopen. Terwijl Peppy's ster rijst, zakt George af naar een absoluut dieptepunt, op zowel professioneel als persoonlijk vlak.

The Artist is tot in de puntjes verzorgd. Zowel de sets en de kleding als het rijke zwart/wit zien er waanzinnig en zeer authentiek uit. Toch is het wel een film van nu, met de vaart en de snedigheid die daarbij hoort. De toon die Hazanavicius aanslaat is daarmee nagenoeg perfect en maakt van de film de ultieme feel good-film. Kom maar op met die Oscars. En voor het zover is, gaan Wende en ik de film gewoon nóg een keer bekijken.

Tip van Basje, januari 2012
Website Filmtheater De Fabriek

The Artist is in februari in Filmtheater De Fabriek te zien

9.7.11

THE KILLER INSIDE ME

Hoeveel films ik ook kijk, het is nooit genoeg. Heb ik de ene klassieker net op dvd gezien, dan ren ik al weer naar het filmtheater voor het allernieuwste meesterwerk. Heb ik net een vergeten juweeltje gezien in Het Filmmuseum, dan tipt een bevriende filmliefhebber al weer de volgende must see. Filmhuis, televisie, koopdvd, bioscoop, videotheek, filmfestival en video on demand: overal kom je als filmliefhebber tegenwoordig aan je trekken. Maar het voldane gevoel dat komt met de eindtitels van een goede film, is altijd maar van korte duur.
Mijn liefde voor film begon zich te ontwikkelen toen ik een jaar of veertien, vijftien was. Elke film die ik destijds zag, was een wonder op zich. Mijn kennis van cinema beperkte zich tot Disney, Mel Brooks en Flodder, dus geen van de nieuwe films die ik halverwege de jaren ’90 zag – Chungking Express, Heavenly Creatures, Pulp Fiction, The City of Lost Children – kon ik in een context plaatsen. Elke film weer even opwindend, verontrustend, verbazingwekkend, uniek.
Nu is dat anders. Nu zie ik verbanden tussen verschillende films, kan ze met elkaar vergelijken en ze, kortom, een stuk beter duiden. Maar die kennis heeft zeker ook een keerzijde. Hoe meer films ik zie, hoe meer ze op elkaar gaan lijken. Hoe kritischer ik word. Hoe verwender ik word. Hoe groter het verlangen wordt naar die verwondering uit mijn jeugd. En dat verlangen kan allang niet meer gestild worden door een film die eenvoudigweg “goed” is. Kwaliteit alleen is niet voldoende om de filmhonger van deze veelvraat te stillen. Een film moet ánders zijn. Vernieuwend het liefst. Ik wil iets zien wat ik nog niet eerder gezien heb, zoals het was toen ik vijftien was.
The Killer inside Me is niet de beste van de film van 2010 maar wel een van de meest opwindende – en zeker een van de meest controversiële. In Winterbottoms inktzwarte neo noir zet acteur Casey Affleck zijn babyface en piepstem in om van anti-held Lou Ford een echte engerd te maken. In een stoffig Texaans stadje ergens in de jaren ’50 klopt deze hulpsheriff bij een hoertje aan om haar te verzoeken haar zaken elders voort te zetten. In de scène die volgt, zijn seks, geweld en liefde op schokerende wijze met elkaar verweven. Maar Ford is niet in staat om lief te hebben, zo zal snel blijken. Voor hem zijn haat en liefde één. Een klassiek misdaadplot ontvouwt zich waarbij Ford steeds meer in het nauw gedreven raakt. Maar wij weten allang dat Ford niet moordt omdat hij zijn hachje moet redden. Hij moordt omdat hij een moordenaar is.
The Killer inside Me is een stijlvolle en intelligente thriller enerzijds en een somber stemmend inkijkje in de meest duistere kant van de mens anderzijds. En ja, het is een heel gewelddadige film. Tegenwoordig zijn we zo gewend geraakt aan beelden van geweld dat de impact ervan inmiddels minimaal is. Een revolver laat niet meer achter dan een klein rond gaatje waar zelfs geen bloed mee is gemoeid. Michael Winterbottom pakt dat anders aan: hij laat zien hoe afstotelijk en misselijkmakend geweld is. Het maakt van The Killer inside Me een film om niet meer te vergeten. Een film ook om de honger weer eventjes mee te stillen.
Tip van Basje, november 2011
Website Filmtheater De Fabriek

ANOTHER YEAR

Tom en Gerri – spreek het hardop uit en je weet dat deze namen bij elkaar horen. Net als de gelijknamige personages uit Another Year zijn ze onafscheidelijk.
Tom en Gerri vormen een Brits echtpaar van middelbare leeftijd. Hun geluk vormt een schrijnend contrast met het lot van hun vrienden. Eenzame Ken kampt met overgewicht en alcoholisme. Toms broer is net weduwnaar geworden en heeft zijn zoon in geen jaren meer gezien. Maar het meest hartverscheurend is Gerri’s collega Mary, een dellerig geklede neuroot met een klein hartje, magistraal vertolkt door Lesley Manville. Na haar hart aan een reeks aan foute mannen te hebben verpand – dat is althans de suggestie die wordt gewekt – heeft zij nu een oogje op Joe, de veel jongere zoon van Tom en Gerri. Wat aanvankelijk een wat misplaatste flirt lijkt, verandert gaandeweg in een wanhopige verliefdheid.
Mike Leigh is een van de meest relevante chroniqueurs van de Britse maatschappij. Zijn oeuvre kun je onder de noemer Brits sociaal realisme scharen, al hebben zijn films niet de doorzichtige politieke lading waar je dat genre mee associeert, zoals de films van Ken Loach bijvoorbeeld. Leigh predikt niet, hij registreert. En wat hij registreert, is het alledaagse leven van de alledaagse Brit uit de middle of working class.
Leighs meest rauwe, compromisloze film is ongetwijfeld Naked (1993). Ik zag ‘m toen ik zestien of zeventien was, toen ik zelf ook nog rauw en compromisloos was. Hoofdpersoon Johnny, met zijn eindeloze monologen en theorieën, was mijn held. Zijn tocht langs vele treurige personages was het avontuur dat ik wilde beleven. Een paar jaar geleden zag ik de film terug. IJzersterk was-ie nog steeds maar Johnny was geen held meer. Hij bleek een loser. Een sympathieke loser misschien maar een loser desalniettemin. En zijn avontuur was een laffe vlucht uit de realiteit. Wat is de wereld toch zwart/wit als je jong bent. Nuanceren is een trucje dat komt met de tijd.
Toch kan ik niet alleen de tijd de schuld geven van mijn jeugdige misinterpretatie, realiseer ik me nu. Leigh heeft me erin geluisd. Zijn personages balanceren tussen sympathiek en onsympathiek. Je haat ze maar leeft wel met ze mee. Je vindt ze geweldig, ondanks hun verachtelijke daden. En dat subtiele spel met ambigue personages is Leigh met de jaren beter gaan spelen. Nuanceren is een trucje dat komt met de tijd, geldt ook voor filmmakers.
Uiteindelijk blijkt ook Another Year minder feel good dan je aanvankelijk dacht. Seizoenen komen, seizoen gaan: weer een jaar voorbij en niets is veranderd. Het enige dat wijzigt, is je mening. Zijn Tom en Gerri wel zo onbaatzuchtig als ze lijken? En is eeuwig slachtoffer Mary je medelijden wel waard? Mike Leigh geeft geen eenduidige antwoorden, hij registreert. En levert met Another Year een hoogtepunt uit zijn oeuvre af.

Tip van Basje, februari 2011
Website Filmtheater De Fabriek

BLACK SWAN

Op een zaterdagavond cross ik op mijn fietsje naar Kriterion voor de late voorstelling van Black Swan. De film is net twee dagen uit en hartstikke uitverkocht. Ook in de andere Amsterdamse filmtheaters is het een gekkenhuis met een overload aan publiekstrekkers die net in roulatie zijn gegaan. Bij Rialto, waar ik net het minder populaire maar prachtige La Quattro Volte heb gezien, staat er een rij tot buiten de deuren.
Met Black Swan-regisseur Darren Aronofsky heb ik nooit veel gehad. Zijn debuut Pi, een vreemd werkje over een paranoïde wiskundige, kon ik nog wel waarderen, al deed het me wel wat geforceerd cult aan. Aronofsky’s tweede, de visuele kermisattractie annex drugsdrama Requiem for a Dream, mag bij velen dan wel hoog in het favorietenlijstje staan, persoonlijk ergerde ik me er wild aan. Aronofsky volgde nog met The Fountain – een flop bij zowel pers als publiek – en The Wrestler, die dan wel weer op mooie recensies en grote prijzen mocht rekenen. Zowel Aronofsky als hoofdrolspeler Mickey Rourke maakten een glansrijke comeback met die film. Ik was intussen al afgehaakt. Maar toen werd Black Swan aangekondigd. Een psychologische horror tegen de achtergrond van het klassieke ballet, het is een uitgangspunt waarmee je verschrikkelijk uit de bocht kan vliegen of juist nieuwe hoogten bereikt. Of te wel: een draak of een meesterwerk. Ik was direct geïntrigeerd.
De zaal begint vol te stromen. De leeftijd ligt hoog, vind ik, voor een filmtheater als Kriterion. Een dag eerder heb ik nog een vriend gesproken die Black Swan helemaal niks vindt. Meesterwerk of draak: wat zal het worden? Iets er tussenin is niet mogelijk, weet ik. Ik zal deze film haten of liefhebben, een tussenweg is er niet. De lichten gaan uit. Black Swan opent met een prachtige droomscène waarin hoofdrolspeelster Natalie Portman, helemaal op haar plek als frêle balletdanseres, belaagd wordt door een monsterlijke bruut. De toon is gezet maar ik weet nog niet wat het gaat worden: haat of liefde. Verrast Aronofsky me of komt het nooit meer goed tussen ons?
Het duurt ruim een halfuur wikken en wegen voordat ik het weet: dit is een meesterwerk. Een dik aangezet horrorsprookje dat even spannend als grappig is. Een operateske achtbaanrit. Een film met een knipoog waarin toch ook plek is voor geloofwaardige emoties. Op de terugweg heb ik wind tegen maar ik fiets iedereen voorbij: een goeie film geeft je energie. Thuis kruip ik achter mijn computer om na te lezen wat de Nederlandse critici van Black Swan vinden. Het NRC Handelsblad heeft een groot stuk geplaatst waarin filmrecensenten Peter de Bruijn en Coen van Zwol de discussie met elkaar aangaan. De één geeft twee sterren: draak. De ander vijf: meesterwerk. Een middenweg is er niet.
Tip van Basje, maart 2011
Website Filmtheater De Fabriek